Martijn Don, de mecanicien die alleen achterbleef na de Giro-val van Dumoulin

Door Thijs Roelen

Achter iedere sportieve topprestatie zit een team dat het succes mede mogelijk heeft gemaakt. In de serie Unsung Heroes spreken we de leden uit de omkadering van de ploeg. Zij blijven normaal gesproken in de schaduw, maar stellen de renners wel in staat om tot grote hoogtes te stijgen. Deze week maken we kennis met mecanicien Martijn Don, bij Team Sunweb de man die zorg draagt voor het materiaal van Michael Matthews en co.

Daar stond hij dan, helemaal alleen, ergens in de buurt van het Italiaanse Frascati. De koers was nog niet afgelopen, maar de eerste volgwagen van Team Sunweb werkte het laatste stuk van de voor hen zo rampzalig verlopen vierde etappe van de Ronde van Italië af zonder mecanicien Martijn Don aan boord.

“Gelukkig had ik een fiets bij”, kan Don er nu een klein beetje om lachen. Tussen de achtergebleven renners, reed hij in zijn gewone kleren en zonder koersschoenen op de reservefiets van Chad Haga de laatste 7 kilometer naar de finish. Bij aankomst hoorde hij over de ramp die zich voltrokken had en waarom hij door zijn ploegleiders achtergelaten werd.

“Ik was uit de auto gesprongen met de reservefiets voor Haga, omdat hij gevallen was”, haalt Don die meidag in de Giro nog eens terug. “Terwijl ik daar stond, kregen de ploegleiders de oproep dat onze kopman Tom Dumoulin even verderop ook gevallen was. Zij hebben niet getwijfeld en zijn met zijn tweeën doorgereden. Natuurlijk moesten ze daar zo snel mogelijk bij zijn. Ze zijn er naartoe gereden en hebben zelf een reservefiets van het dak gepakt voor hem.”

Een begrijpelijke keuze, vindt ook Don zelf: “Ze wisten dat ik nog een reservefiets bij had en dat ik wel terug zou komen. In uiterste nood had ik ook nog kunnen wachten op de tweede auto.” De koers liep voor Team Sunweb dramatisch af, maar het beeld van hun mecanicien die tussen de profrenners de lastige finishstrook van een Giro-rit afwerkt, doet nu de mondhoeken lichtjes omhoogkrullen.

Droomjob
En zo heeft Don nog wel wat mooie anekdotes over zijn werk als mecanicien bij Team Sunweb. De 25-jarige Alkmaarder werkt nu anderhalf jaar bij de ploeg en spreekt vol passie over zijn beroep, zijn ploeg en de wielersport. Mecanicien zijn, is een droombaan voor Don, dat is zeker. “Als de nieuwe spullen binnenkomen in de winter, zeker dit jaar omdat we met Cervélo een nieuwe fietsensponsor kregen, dan vind ik dat nog altijd prachtig. Toen we die nieuwe S5 zagen, vond ik dat echt vet. Dan kun je niet wachten om er een op te bouwen.”

Maar hoe krijg je die droomjob? Hoe word je mecanicien? “Goh, eerst door zelf te fietsen, natuurlijk”, glimlacht Don in de spiksplinternieuwe service course van Team Sunweb in Deventer. “Dat heb ik gedaan vanaf mijn 13de tot mijn 18de. Vanaf mijn 16de werkte ik als automonteur en toen ik de overstap moest maken naar de beloften, besefte ik al dat ik geen profrenner zou worden. Ik was pelotonvulling en had vanwege mijn fulltimebaan ook geen tijd om meer te gaan trainen.”

De wielersport helemaal loslaten lukt echter niet, Don wordt in de weekends mecanicien bij de vrouwenploeg Parkhotel Valkenburg. “Een opleiding fietstechniek heb ik nooit gevolgd”, klinkt het. “Dat hoeft ook niet per se. Je moet er gevoel voor hebben en je moet het vooral echt leuk vinden.” Don groeit mee met de Parkhotel-ploeg en werkt er uiteindelijk 4 jaar. In 2017 solliciteert hij bij Team Sunweb en in 2018 begint hij daar fulltime bij de mannenploeg. 

Inpakdag
Dit jaar deed Don dus onder meer de Giro. In totaal is hij zo’n 180 dagen op pad voor zijn werk. Hij slaapt in hotels tijdens wedstrijden, maar soms ook in Deventer wanneer hij voor enkele dagen daar moet zijn. “Hoe ik dat volhoud? Ik vind wielrennen gewoon enorm mooi en ik houd van het wereldje.” Wat ook scheelt: Dons vriendin is wielrenster Demi de Jong. “Zij is zelf ook veel van huis en begrijpt mijn leven.”

Dat leven is, zoals de rest van wat bij Team Sunweb gebeurt, behoorlijk gestructureerd. “Voor we naar een koers vertrekken, hebben we eerst een inpakdag”, vertelt Don. Dat is ook waarvoor hij vandaag in Deventer is en hij neemt ons mee de grote loods in waar alle fietsen, materiaal en voeding staan opgeslagen. “We hebben drie vrachtwagens met elk hun eigen voorraad wielen. We laden de keuken vol met voeding, pakken de regentasjes van de renners en zetten uiteraard de fietsen erin.”

Dan volgt de reis naar de wedstrijd: een of twee dagen. “We rijden altijd met twee man met de vrachtwagen, een derde mecanicien kan eventueel met het vliegtuig komen.” Bij aankomst in het hotel wordt alles uitgepakt, klaargezet en schoongemaakt. Niet alleen de fietsen worden gepoetst, ook de volgwagens en het andere materiaal moet blinken. “En dan kan de koers beginnen”, lacht Don.

Op koersdagen werkt Team Sunweb met een roulatiesysteem. De drie mecaniciens die doorgaans aanwezig zijn, hebben iedere dag een andere functie: een neemt plaats in de eerste volgwagen, een in de tweede en de derde rijdt met de vrachtwagen naar het volgende hotel.

250 kilometer op de achterbank
De meeste intense taak is uiteraard voor de mecanicien die in de eerste volgwagen zit. “Die heeft het meeste te doen en ook de meeste stress”, legt Don uit. Want het is die mecanicien die met 4 verschillende wielen in de hand (een voorwiel met en zonder schijfrem en een achterwiel met en zonder schijfrem) de auto uit moet sprinten bij valpartijen en lekke banden. “Soms komen er ook renners aan de auto omdat er gesleuteld moet worden aan de fiets. En verder hou ik ook ons social media-team op de hoogte van wat er in de koers gebeurt via een Whatsappgroep.

”De uren die Don op de achterbank van de ploegleidersauto doorbrengt, vliegen zo voorbij. “Ik was wel blij toen we dit jaar Skoda-auto’s kregen”, vertelt hij over die lange dagen in de auto. “Daar heb je tenminste wat meer ruimte in. Als je 250 kilometer achter iemand als ploegleider Arthur van Dongen moet zitten, die vrij lang is, dan heb je toch graag wat extra beenruimte.”

Onderweg kan van alles gebeuren: lekke banden, valpartijen, verkeerd afgestelde derailleurs, maar ook bijvoorbeeld bij schoenwissels steekt de mecanicien een handje toe. “Vaak gebeuren dezelfde dingen”, aldus Don. “Lekke banden bijvoorbeeld, of een aanlopende rem. Maar een schoenwissel heb ik bijvoorbeeld nog nooit meegemaakt. Dan zal je toch even moeten improviseren.”

Teamwork
Na afloop van de koers rijden Don of twee andere mecaniciens de vrachtwagen terug naar Deventer, waar opnieuw een dag wordt uitgetrokken voor het uitpakken en netjes opbergen van alle spullen.

Zoals hij zelf al vertelde, is de belangrijkste eigenschap van een mecanicien zijn passie voor de sport. “Anders houd je dit niet vol”, zegt hij. Het is ook niet zo dat hij zich bij winst van een van de renners van de ploeg persoonlijk verantwoordelijk voelt. “Het is teamwork, ook van ons als mecaniciens. Soms weet je niet eens wie de fiets van een specifieke renner die avond ervoor heeft klaargemaakt.”

Dat neemt niet weg dat een overwinning ook een mecanicien met trots vervult: “Toen Arndt die Vuelta-rit won, zat ik in Plouay voor de Bretagne Classic. We hoorden daar dat hij won en daar werden we echt heel blij van. Zeker na dit jaar, waarin we toch veel pech gehad hebben, is dat fijn.”

Zijn meest euforische moment beleefde hij dit jaar na vier lange Giro-weken. Haga won de afsluitende tijdrit. “Chad kwam mij en de andere twee mecaniciens bedanken, zoals de meeste renners doen na een overwinning. Dat was wel een topmoment, zeker na wat er allemaal gebeurd was.”